Nu 25% korting op het lidmaatschap met de code: JTLancering

Kleuters effectief leren judoën, met praktische voorbeelden

Kleuters lesgeven is een vak apart, veel zeggen dat je er feeling voor moet hebben en dat niet iedereen er voor weggelegd is. Daar ben ik het deels mee eens. Ik ben van mening dat wanneer je de juiste kennis en handvatten hebt, iedereen les kan geven aan kleuters.

Dan hebben we het trouwens nog niet over of je werken met kleuters leuk vindt of niet. Dat is een andere, wel hele belangrijke, factor. Zonder lol in wat je doet, zullen de kleuters ook geen lol beleven in de les.

Vergeet niet dat ervaring, gevoel voor situaties en het kunnen inleven in de ander, jou als leraar zullen helpen nóg beter met kleuters te kunnen werken. Want kleuters hebben nu eenmaal een andere benadering nodig dan oudere kinderen, tieners en volwassenen. Onthoud ook dat al die skills met de tijd beter worden, hoe meer uren je lesgeeft, hoe meer dat groeit.

In deze blog neem ik je mee in het brein van de kleuter. Hoe komt het toch dat ze bepaalde dingen wel of niet doen? Hoe houd je ze bij de les en hoe je ze stimuleert tot leren en ontdekken?

Snelle tips voor de kleuter judoles

  1. Maximaal 10 kleuters per (hulp)trainer.
  2. Voornamen; Ken elke kleuter bij naam.
  3. Fantasie; Durf jouw en hun fantasie te gebruiken.
  4. Empathie; zorg dat je je kan inleven in hun wereld, ze zijn tenslotte klein in een grote omgeving.
  5. Complimenten geven; motiveer ze en help ze successen te ervaren.
  6. Plezier; wees enthousiast, geef les met een glimlach.
  7. Overzicht; zorg dat jij alle kinderen kunt zien én dat zij jou kunnen zien.

Aan ons de taak om kleuters een geweldige tijd op de mat te geven en elk karakter te betrekken, uit te dagen en te stimuleren. Hieronder meerdere tips en handvatten voor de kleuter judolessen.

Het brein van een kleuter, in ontwikkeling en vol van karakter

Een kleuter is nog egocentrisch, in zekere zin. De kleuter ervaart het eigen ik als het centrum van de wereld en ziet deze wereld alleen uit het eigen perspectief. Het mooie is wel dat een kleuter in dit stadium van zijn leven leert dat er anderen bestaan met eigen emoties en ervaringen. En dat wat zij doen die ander kunnen beïnvloeden, net zoals dat wat een ander doet, hen beïnvloedt.

Onbeperkte fantasie. Ik daag je uit om daar naar op zoek te gaan. Wanneer je ze vraagt wat er bij de ander op het hoofd staat, komen daar de meest geweldige uitspraken uit. Of wanneer je ze vraagt een beweging bij een ding te bedenken, krijg je de meest bijzondere constructies. Ik kom vandaag de dag nog steeds nieuwe dingen en bewegingen tegen in het tuimelbos.

Er gebeurt veel in het brein van een kleuter, de wereld is heel groot, zij zijn nog heel klein. De ontdekkingsreis is gigantisch, fascinerend en, soms tegelijkertijd, heel spannend. De wereld kan soms nog erg verwarrend zijn voor ze, aan ons de taak om ze daar een beetje wegwijs in te maken op de judomat.

Hieronder behandel ik kort de volgende punten, om een basis te leggen in het lesgeven aan kleuters:

  • Geen sarcasme en ironie
  • Tweezijdig trainen
  • Goede dingen benoemen
  • Straffen? Nee, ga in gesprek
  • Successen stimuleren
  • Breed motorisch ontwikkelen
  • Veel korte activiteiten

Geen sarcasme en ironie, maar duidelijke taal

Sarcasme ontwikkelt een kind pas vanaf een jaar of tien, dan snappen ze dat zinnen en woorden nuances en onderliggende redenen kunnen hebben. Onder de vijf jaar oud neemt een kind alles wat je zegt heel letterlijk. Daar moet je rekening mee houden in je communicatie, zodat er geen onnodige verwarring ontstaat en kinderen zich uiteindelijk niet veilig voelen, omdat ‘ik de juf/meester niet snap’.

Tweezijdig trainen i.p.v. dominantie stimuleren

Een kleuter moet het eigen lijf nog leren kennen, ze hebben nog geen voorkeurskant. Door ze zowel links als rechts oefeningen uit te laten voeren train je dat hele lichaam én leren ze hun lichaam aan beide kanten kennen.

Hinkelen / op één been staan oefen je altijd met beide benen. Sturen voor het valbreken gebeurt beide kanten op, net als valbreken zelf. Enzovoorts.

Stimuleer het gebruik van beide kanten van het lichaam, zo worden ze breed motorisch sterk.

Zoals het trekker sturen het valbreken en sturen aan beide kanten stimuleert.

Goede dingen benoemen, niet focussen op wat ze nog niet kunnen

Kleuters vinden fouten maken ‘normaal’, dit hebben ze vaak niet eens door totdat iemand anders zegt dat iets ‘slecht of fout’ is. Bouw een positief zelfbeeld op door te benoemen wat ze goed doen. Bij nieuwe oefeningen is er altijd wel iets wat een kind goed kan of dat het kind goed aan het proberen is, want inzet wordt beloond!

Laat ze meedenken over wat er ander kan, zo beginnen ze met oplossingsgericht denken en zien ze dat ontdekken mag.

Lees ook de blog: Vier het proberen, promoot het oefenen

Straffen? Nee, ga in gesprek

“In gesprek? Met een kleuter?” Ik hoor het je bijna denken. Ja, ga in gesprek. Wanneer ze hoog in emotie zitten is dit lastig, soms moeten ze heel even tot bedaren komen voor je in gesprek kan gaan. Maar zodra ze rustiger zijn kan je hele goede gesprekken voeren met deze 4- en 5-jarigen.

Stel ze vragen en vertel uit eigen ervaring. Erken hun gevoel en probeer te relativeren in makkelijke woorden. Als ze iets doen wat jou dwars zit, geef dat aan en waarom. Geef ze ook de juiste manier van handelen aan. Ik zal een voorbeeld geven;

Wat vaak voorkomt is dat een judoka ineens ergens niet aan mee wilt doen, omdat die-en-die vervelend is / niet leuk is / met iemand anders is. Of omdat ze iets niet leuk vinden / stom vinden.

Ga in gesprek, vertel ze wat voor jou gewenst gedrag is én wat de consequentie is als ze niet het gewenste gedrag laten zien. Het laten zitten van de oefening die ze niet leuk vinden is vaak hun doel, want daarna komt er vast iets wat ze wel leuk vinden en dan hoeven ze nu niet mee te doen.

Door aan te geven dat ze een bepaald deel (zoals een spel) niet mogen meedoen als ze nu ook niet meedoen (en je daar aan te houden als ze écht niet in beweging komen) kan helpen de judoka het gewenste gedrag uit te laten voeren. Is het niet deze les, dan is het wel de volgende les.

Weet ook dat je de ouders/verzorgers kunt inschakelen als een judoka erg lastig is, en niks werkt, maar weet ook dat niet elke ouder daar voor open staat of er iets mee wilt/gaat doen.

Successen stimuleren

Zorg ervoor dat je oefeningen aanbied waarmee ze successen kunnen ervaren. Begin niet direct met een o-soto-gari beweging.

Maar bouw het op met het staan op één been, dan hinkelen met hulp, hinkelen zonder hulp. Op één been staan met een schommelbeen, samen hinkelen met de handen vast etc.

Het hoeft niet makkelijk te zijn, als ze maar succes kunnen behalen. Het werkt super motiverend als ze iets nieuws doen wat ze ook lukt.

Breed motorisch ontwikkelen, niet alleen judoën

Elk element en elke vaardigheid komen ergens terug in het judo of hebben een positieve invloed op de judo ontwikkeling. Kinderen die spelend kunnen bewegen en ontdekken, binnen verschillende beweegthema’s, in een stimulerende omgeving, kunnen vaak op 6-jarige leeftijd alle fundamentele motorische basisvaardigheden beheersen. Breed motorische ontwikkeling stimuleren legt een stevige basis om later discipline specifiek te ontwikkelen. Probeer dus zo veel mogelijk verschillende soorten bewegingen in je les te verwerken. Het hoeft echt niet altijd op judo aan te sluiten, hoewel we dat vaak wel willen, is het niet erg als dat een keer niet zo is.

Gebruik hiervoor bijvoorbeeld het Tuimelbos, waarin we allemaal verschillende bewegingen uitvoeren om door het bos heen te bewegen en aan de overkant van de mat komen. Het ontdekken van de tuin in de les Tuinieren sluit hier ook op aan.

Veel korte activiteiten

Kleuters hebben een korte aandachtsspanne, ze zijn nu eenmaal snel afgeleid. Tien minuten lijkt voor ons misschien als niet heel lang, maar is voor een zesjarige echt het maximum wat ze aan concentratie hebben. Laat staan als ze jonger zijn, dan ligt dat maximum lager.

Deel je les op in diverse korte activiteiten en gebruik korte tussendoortjes om de aandacht weer vast te pakken. Dit zorgt voor meer variatie waardoor je alle kinderen op een moment wel weet aan te spreken.

Wanneer de concentratie van een kleuter verslapt of ze halen geen voldoening meer uit een oefening, omdat het ze niet uitdaagt, zullen ze op zoek gaan naar andere, vaak storende, gedragingen om wel die voldoening te gaan zoeken.

Hele korte zinnetjes of rijmpjes pakken vaak de aandacht al vast. Maar ook korte commando spelletjes als Dooie Mier doen het heel goed!

Kortom; genoeg om mee aan de slag te kunnen gaan. Ik kan nog wel veel meer opschrijven over het lesgeven aan kleuters. Heb jij misschien nu al waardevolle toevoegingen of vragen die ik in een andere blog kan behandelen? Laat het weten in de reacties hieronder.

Bronnen:

Deel dit bericht
Laatste nieuws

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *