Nu 25% korting op het lidmaatschap met de code: JTLancering

Praatje, plaatje, daadje

Wellicht heb je de term wel eens gehoord: praatje-plaatje-daadje (PPD). De manier om een uitleg effectief over te brengen aan leerlingen. Maar hoe voer je dit nu precies uit? En waarom deze drie stappen en niet meer of minder?

Stap 1. Praatje

Deze mensen kunnen op basis van een goede uitleg (geschreven of verteld) een oefening uitvoeren.

Hoe kan je testen of je een goed gesproken uitleg hebt? Laat een leerling of assistent / collega leraar de ogen dicht doen en alleen luisteren naar wat je vertelt. Kunnen ze daarna reproduceren wat jij hebt voorgedaan? Dan is je praatje compleet genoeg.

Kunnen ze dat niet? Dan kan je op basis van wat ze doen bekijken waar het aan ligt.

Geef je wellicht visuele aanwijzingen met links-rechts? Dan kan het voorkomen dat het niet lukt omdat ze net aan de andere kant zitten of andersom beginnen. Mijn tactiek is om aanwijzingen te geven op basis van uke, de ruimte, zichzelf of iets anders tastbaars:

  • De hand aan de kant van de band, bij een kanteltechniek aan de zijkant van uke
  • De hand die de mouw vast heeft, maakt het niet uit of ze links of rechts pakken
  • De arm die het dichtste bij / verste weg is
  • Zorg dat je naar uke kan kijken, of juist weg van uke
  • Feliciteerhand = altijd rechts
  • Kant van de klok, de deur, de kast, het raam etc.

Stap 2. Plaatje

Deze mensen hebben genoeg aan het kijken naar een oefening en kunnen deze direct herhalen. Voor deze mensen is het belangrijk dat het plaatje klopt. Wanneer je in je praatje iets vertelt, maar niet hebt laten zien, zal je merken dat de visuele mensen hier hetzelfde doen als wat er is voorgedaan.

Wanneer je aangeeft dat ze bijvoorbeeld een pittenzak/gripbag moeten verdedigen en je gaat plat op je buik liggen met je armen en benen wijd (platte kikker), dan zullen de meesten dat zo overnemen. Terwijl je als judoka beter je armen kunt verstoppen en je tenen in de mat kunt zetten.

Wat ik wel eens doe is een duidelijk verkeerd voorbeeld geven en een goed voorbeeld. Zeker als je judoka hebt die bijvoorbeeld snel weg willen rennen bij een randori oefening, terwijl ze juist bij hun uke moeten blijven, kan je dat in een grappig jasje verpakken en uitleggen waarom dat niet de bedoeling is. Dit is niet iets wat je altijd moet doen, want het kost wel wat extra tijd. Vooral handig als je bepaalde zaken vaker voorbij ziet komen.

Een goed voorbeeld is voor een techniek training extra waardevol, je kunt prima een leerling voorbeeld gebruiken, mits je zeker weet dat ze de techniek goed beheersen en de rest hier van kan leren. Want zodra zij iets verkeerd demonstreren, gaan mensen dat overnemen.

Stap 3. Daadje

Deze mensen leren het best door te doen: zelf oefenen en/of het voelen van de oefening. De uitleg kan dan nog zo goed zijn en het voorbeeld nog zo perfect, deze mensen moeten het hebben gedaan voor ze het snappen. Dit zijn vaak de judoka die heel snel naar je toe komen rennen, omdat ze het ‘niet snappen’. Dit komt vooral omdat ze het moeten doen.

Deze judoka hebben heel veel baat bij een maatje die al wat ervaring heeft en de oefening bij voorkeur al eens heeft gedaan. Zo kan diegene hier snel van leren en het zelf uitvoeren.

Wanneer een judoka direct na de uitleg naar mij toe komt rennen geef ik aan dat ze het eerst moeten proberen voor ze om hulp komen vragen. Zo activeer je hun zelfstandigheid en probleemoplossend vermogen.

Ik geef ze altijd de tip dat ze bij judo mogen afkijken en ze vooral moeten kijken en proberen tot hoe ver ze komen. Lopen ze dan ergens vast, dan mogen ze altijd om hulp komen vragen. Zo probeer ik zelfstandige judoka te creëren.

Binnen de mensen die het zelf moeten ervaren heb je wat categorieën:

  • zelf doen is genoeg (oefenen)
  • het zelf ondergaan van de actie helpt (voelen dan oefenen)
  • het “kneden” van de judoka is wat helpt (voelen dan oefenen)

Met “kneden” bedoel ik dat je de armen en benen van de judoka daadwerkelijk moet verplaatsen en op de juiste plek moet neerzetten. De stuurbeweging meedoen met hun handen, de voeten meehelpen verplaatsen met je eigen voeten. Deze manier van helpen is altijd mijn laatste redmiddel. Als alle bovenstaande (praatje, plaatje en zelf doen of ondergaan) niet genoeg is, ga ik de judoka daadwerkelijk bewegen. Alsof ze een soort lappenpop zijn die je in een bepaalde houding wilt hebben.

Goede oefeningen bevatten deze drie elementen

Voor een goede les en uitleg, die alle soorten leerlingen aanspreekt is het van belang dat je alle drie de elementen gebruikt. Heel soms neem ik de proef op de som en laat ik niks zien, vertel ik alleen wat ze moeten doen. Dat gaat bijna altijd wel bij één of twee tweetallen mis. Of wanneer we een zwijgles hebben, waarbij ook ik als leraar niks mag zeggen, er altijd details verloren gaan omdat ik niks mag zeggen en de leerlingen niet alles even goed (kunnen) zien.

Uiteindelijk is het daadje het onderdeel waar het jou als leraar om gaat. Gaat het goed? Vinden ze het te makkelijk of misschien te moeilijk? Elke keer dat ze aan de slag gaan met het uitgelegde is voor jou als leraar het perfecte evaluatiemoment. Wees dus ook niet bang om de oefening of het spel stil te leggen om de regels aan te passen aan de groep als dat nodig blijkt.

Deel dit bericht
Laatste nieuws

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *